Olympus II: hertovering

“In eternity there is indeed something true and sublime. But all these times and places and occasions are now and here. God himselfs culminates in the present moment, and will never be more divine in the lapse of all the ages.”

– Henry David Thoreau, Walden

Ik loop naar buiten en moet wennen aan het donker. Alleen de heldere sterren schijnen.

Ik zie een moeder die haar kind op de arm houdt. De kleine kijkt een beetje sip. Zij glimlacht en knijpt haar nog wat dichter tegen haar aan.

Ik voel de kracht van de wind die zachtjes de bladeren doet dansen, als een body-builder wiens voetenwerk beter bij een klassieke dans past, dan bij de sport die op basis van het uiterlijk verwachten zou. Ik zie de libelle die op de blaadjes aan het water zit en achteloos haar balans bewaart.

Een vlinder schiet langs me heen. Het zwart op zijn vleugels wordt afgewisseld met dunne rood-oranje lijntjes en een paar kleine witte vlekken. Hij gaat naast me op de muur zitten. Het zwart verbergt zich in de boombasten onderkant van de vleugels, wat net niet camoufleert tegen de muur.

Ik zie een tienerstelletje in elkaar verwikkeld zitten. Onder een lamp, om drie uur ’s nachts in de kerk. En ik voel dat ze pas net aan het oefenen zijn. En ik voel dat ik een beetje een onderdeel ben van hen.

Ik kijk uit over de groene glooiingen terwijl ik mijn bonenprut naar binnen werk. De cello uit de luidspreker doet  het gesmak van mijn buurman verstommen.

Langzaam beginnen mijn ogen meer sterren te herkennen. Ik loop het dorp uit, weg van de straatlantarens.

Wat als het universum niet het resultaat is van een kansberekening? Wat als de oneindigheid van de sterren een oneindig mooie vrijheid in mij bespeelt? Wat als de parallelle universa niet bestaan buiten ons hoofd? Wat als de liefde die mij met mijn naaste verbindt echter is dan de verklaring dat oxytocine daar een rol in speelt?

Wat als de realiteit genoeg is? Wat als de ideeën slechts woorden zijn om de realiteit over te brengen? Wat als het nooit de bedoeling was om de wereld propvol met ideeën te stoppen? En wat als die veel mooier is wanneer die betoverd is?

Wat als het de liefde, de verbondenheid, is die het universum bij elkaar houdt? Wat als zij de ultieme oerkracht is die verder gaat dan de sterren en dichterbij komt dan mijn eigen hart? Wat als dat juk zacht is en die last licht, omdat het ons helpt te vliegen? En wat als geloof slechts die ervaring wil overbrengen?

En wat als we dat simpelweg verkeerd begrepen hebben, omdat onze opvoeding de vervormende processen uit ons kind zijn heeft versterkt? En wat als dat onvermijdelijk was? Wat als we te vroeg zijn gestopt met onze reflectie hierover? Wat als controle niet meer, maar minder geluk geeft? Wat zou er gebeuren als we onze ratio en onze zintuigen echt tot het einde volgen? Wat als dat de vooruitgang is waar we trots op zijn?

Ik sta inmiddels in een weiland. De lucht is helder. De hemel lijkt een doek met gaten erin. Ik zie de duizenden andere sterren die duizenden lichtjaren weg zijn. Ik zie de witte streep die door de hemel loopt. De Melkweg, vertel ik mezelf. Ik heb eigenlijk helemaal geen verstand van de sterren.

Advertisements

2 Comments

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s