Olympus I: Een zwarte vrijdag

“Il n’est pas certain que tout soit incertain.” 
– Blaise Pascal

Ryan Stone: Fuck!
Matt Kowalski: Copy that.
– Gravity, 2013

Wat als God dus niet bestaat? Wat als hij uit mijn brein gesneden wordt, net achter mijn superieure temporale sulcus, vlak naast de pariëtaalkwab. Wat als hij in mijn hoofd gestopt kan worden door de juiste elektrische golven, zodat een hemelvaart op elk moment kan plaatsvinden? En waarom ook niet? Wat als hij deze kosmos niet bezielt of betovert en ik hier gewoon zo verdomd alleen ben op deze piepkleine aardkloot. Ik weet het eigenlijk ook niet. En vraag me trouwens ook niet of ik het wel zou willen weten. Misschien is het wel goed zo.

Maar, wat als het feit dat er iets bestaat vooral een hele grote grap is. Of een uit de hand gelopen experiment. De kosmische reageerbuis die dit eigenlijk niet had moeten laten gebeuren. De machine die ik zie is vooral beweging zonder doel, die zich toevallig beweegt volgens bepaalde regels die wij denken te kunnen beschrijven. Gebiologeerd door wat ik zie, wil ik de machine starten om te zien hoe die werkt. Aanzetten. Kijken hoe die zwarte doos daarboven in de hemel en het hoofd eigenlijk functioneert. Hoe scheikunde mijn bestaan is en zich wonderlijk willekeurig gebalanceerd gedraagt. De prachtige interacties en de verwondering van hoe bewustzijn voortkomt uit een hele zooi lange sprieten die met elkaar communiceren. De optelsom van miljarden neuronen die zich eens even lekker uitleven op mijn lijf en alle sap eruit willen persen de komende 60 jaar. Gewoon omdat het kan.

Wat als zingeving zinloos is? Wat als al mijn gedachten slechts een poging zijn om mezelf bij elkaar te houden terwijl ik überhaupt meer uit leegte besta dan stof? Uiteindelijk zijn al mijn daden en gedachten gewoon een optelsom van mijn omgeving. Zeggen dat ze van mij zijn is haast blasfemie. Ik ben hier wel, maar wat ik ben is eigenlijk niet van mij. En wat als mijn vingers niets tussen deze logica kunnen krijgen? De logica van een zwart gat.

Waarom zou ik mij druk maken over een God die onbegrijpelijk is en niet te zien? Als hij zegt dat hij ons verstand ver te boven gaat, zonder ons zijn naam te geven, hoe kunnen wij dan ooit daar iets mee doen? Waarom zou ik geloven in iets dat niet bestaat of onkenbaar is? Waarom zou ik zelfs een poging wagen over hem te spreken als die poging bij voorbaat al faalt. De weg naar boven lijkt bij mezelf op te houden. Ik blijf hier slechts beneden.

De wereld lijkt de hel op aarde. Te complex om in elkaar te donderen, maar te fragiel om niet kapot te gaan. Hoe kan het dat een goede God zich ook maar druk zou maken om zo’n zwart stuk kool als dit. Laat staan het in elkaar zetten. En waarom klaag ik, terwijl mijn leven zo ongelofelijk makkelijk en comfortabel is? Ik kijk alleen maar dat ene wat ik mis, en vergeet spontaan de andere dertien dingen waar ik van kan genieten. En waarom doen we dat allemaal? Waarom krijgen we massaal depressies nu we ons eindelijk niet meer druk hoeven te maken over ons dagelijks overleven? Vervolgens maken we er maar een asfaltjungle van. Kunnen we in ieder geval weer opnieuw beginnen.

Maar wat als die God zou komen om ons vrij te zetten? Wat zou die vrijheid eigenlijk zijn? En hoe zou hij dat aan ons laten zien? En waarom zien we zo weinig en maakt dat ook weinig verschil? Ligt het dan toch aan mij? Wil de waarheid eigenlijk wel gevonden worden, sinds ze zich zo verdomd goed verstopt heeft? En de wetenschap is net zo goed een geloof en kan ook eigenlijk niets zeggen over hoe deze wereld in elkaar zit? Alleen over wat ze zien. Niet wat er ook echt is.

En hoe kan het dat in leugens of uitspraken geloven de wereld beter kan maken? Dat onwetendheid beter is dan kennis en dat kennen een werkwoord is van een standbeeld dat naar de bewegende wereld kijkt. Toch moet ik weten, want ik ben er. Of dat nou leuk is of niet.

Dus blijf ik hier zweven in de ruimte van de betekenisloosheid waar geluid niet gehoord kan worden en de adem blijft steken in je keel. Deze ruimte, waar zonsopgang nooit begint en zwarte gaten nooit ophouden. Alleen de aarde is er. Ze draait om de zon en balanceert tussen de hitte en de kou. Als aan een zijden draadje blijft ze rondgaan. Elk jaar weer. Misschien moet ik maar teruggaan. Dromen. Vliegen. Naar die groene bol terug. Tegen het verstand in, de betovering van het zonlicht omarmen en overleven. Niet overleven, maar leven. Springen en bestaan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s